Ontwormen

Ontwormen, voorkomen is beter dan genezen. De beste remedie tegen het ontstaan van wormen is nog steeds goede hygiëne.
Daarnaast wordt het vrij verkrijgen van ontwormingsmiddelen steeds meer aan richtlijnen gebonden. Veelal kan deze uitsluitend via de dierenarts worden verkregen, soms zelfs na een eiertelling dmv. mestonderzoek.

Er komen bij de ezel verschillende soorten wormen voor met allemaal hun eigen levenscycli. Zolang de hoeveelheid wormen laag blijft, is de schade gering. Wordt de infectie te groot, dan kan de conditie van de ezel achteruit gaan. De weerstand vermindert en er ontstaan diverse klachten. Vermageren, terwijl hij een dikke buik houdt. De vacht wordt dor en stug, hij kan lusteloos en chagrijnig worden, diarree en bloedarmoede krijgen en de eetlust kan verdwijnen.

De besmetting wordt opgedaan door het grazen in een besmette weide.

Eitjes komen via de mest van een besmet dier in het land terecht en tijdens het grazen opnieuw opgenomen. In het lichaam van het dier ontwikkelen de eitjes zich tot larven. De larven maken een trektocht door het lichaam, waarbij ze diverse bloedvaten en organen aantasten.

Na deze trektocht ontwikkelen de larven zich tot wormen en produceren eitjes. Deze worden via de mest uitgescheiden. De cyclus begint opnieuw.

U begrijpt, dat het belangrijk is dat de wormen worden bestreden. Maar minstens zo belangrijk is ervoor te zorgen dat uw ezels niet telkens besmet raken. In de eerste plaats kunt u deze herbesmetting voorkomen door te zorgen dat ze niet met mest in aanraking komen. Dus heel vaak de hopen uit de wei verwijderen en de mesthoop niet bij de ezels maken.

Land dient u niet te bemesten met verse mest. Nieuwe dieren moet u ontwormen vóór u ze bij uw andere ezels zet. Laat de ezels niet te lang in dezelfde weide grazen, hooguit drie tot vier weken. Kort voor het verweiden kunt u de ezels het beste ontwormen. Na het grazen van de ezels kunt u er schapen weiden. Zij nemen de wormeieren op, maar worden niet zelf besmet.

Dan het ontwormen zelf. Jonge dieren hebben meer last van wormen dan de oudere dieren. Daarom is het belangrijk om de veulentjes van jongs af aan zeer regelmatig te behandelen. Begin bij de veulens op een leeftijd van zes weken en herhaal dit elke maand totdat ze een jaar zijn. Volwassen dieren kunt u elke drie maanden behandelen. Sommige eigenaren houden hun ezels ’s-winters op stal met beperkte uitloop. Ontworm ze dan vlak voor het naar de wei verhuizen en andersom als ze ’s-winters terugkomen op hun overwinteringplaats.

Een apart verhaal is de besmetting met longworm. Vooral bij paardeneigenaren slaat de schrik om het hart bij het idee ezels en paarden samen te weiden.

Het is bekend dat de longworm veelvuldig voorkomt bij ezels, maar dat de ezels geen zichtbare symptomen van besmetting laten zien, zoals hoesten.

Er wordt bij ezels wel degelijk schade aangebracht door deze wormen, voornamelijk in de longen. Besmette paarden hoesten en moeten worden behandeld. Gebeurt dit niet, dan kunnen de gevolgen inderdaad heel vervelend zijn. Het betekent echter niet, dat paarden en ezels niet bij elkaar gehouden kunnen worden.

Zorg ervoor, dat u een goed ontwormingsmiddel gebruikt. Een middel met ivermectine (bijv. Eqvalan of Furexel) bestrijdt alle wormen, inclusief longwormen en horzels.

Horzels zijn geen wormen, maar vliegen. Deze moeten tegelijkertijd bestreden worden. Eitjes van deze vliegen worden door ezels van hun vacht gelikt en komen in de maag terecht. Hier hechten ze zich aan de maagwant, waardoor er problemen met de spijsvertering en maag ontstaan.

Overleg met uw dierenarts als de conditie van uw ezel(s) achteruit gaat en laat zonodig mestonderzoek doen. Wormen kunnen de veroorzakers zijn van algehele malaise.