De beschrijving van het exterieur van de ezels door Dhr. W.A. Hermans en uitgebreid met de keurnormen van de Vereniging het Nederlands Ezelstamboek.
Bij de beschrijving is er vanuit gegaan van de volwassen driejarige standaard maat ezel.
De leeftijd en de maat van de ezel kunnen van invloed zijn op vergelijking van de beschrijving. Daarom worden bepaalde punten, die bij jonge dieren opvallen, apart genoemd.
Miniatuur ezels:
Zijn kleine ezels tot 90 cm., niet tot een door de VNE opengesteld en erkend rassstamboek/register behorend.
Standaard ezels:
Zijn de ezels van 90 tot 120 cm niet tot een door de VNE opengesteld en erkend rasstamboek/register behorend.
Grote ezels:
Zijn ezels groter dan 120cm niet tot een door de VNE opengesteld en erkend rasstamboek/register behorend.
Ezels van buitenlandse rassen worden wel als zodanig erkend, indien ze bij het moederstamboek van dat ras staan ingeschreven.
De ezel moet harmonisch gebouwd en voor zijn oorspronkelijke werk geschikt zijn.
De lengte van de voorhand en achterhand dienen gelijk te zijn.
De middenhand mag iets langer zijn (de ezel moet vierkant staan).
De botstructuur moet overeenkomen met het formaat en type ezel.
Een ezel moet vriendelijk en attent zijn. Nerveusiteit is ongewenst.
Is in verhouding en passend bij het lichaam, wat breed in voorhoofd mee een rechte of licht concave profiellijn. Het hoofd behoort uitdrukkingsvol te zijn. Vrouwelijk en fijner voor een merrie, vrijmoedig en mannelijk voor een hengst.
Deze zijn wijd uit elkaar geplaatst, groot, helder en rustig.
Groot en lang, maar in verhouding tot het hoofd en dienen stevig, niet te ver uit elkaar aangezet te zijn.
Worden door een ezel, die attent is, staand in een hoek van 90º met het voorhoofd gedragen.
Zijn voldoende fijn gevormd, stevige, gladde, goed aansluitende lippen en grote, open neusgaten, die schoon dienen te zijn.
Zijn breed en diep, maar voldoende fijn.
Vlak, te lang, smal in voorhoofd, niet passend bij het lichaam.
Oren en lippen die hangen.
Ogen die klein zijn met een domme, slome uitdrukking.
Hengsten die vrouwelijk en merries die mannelijk lijken.
Tanden van boven en onderkaak moeten perfect op elkaar sluiten (tanggebit.)
Overbijten en onderbijten komt nogal eens voor, maar is een fout. Het is een belemmering bij het grazen en eten. Een overbeet van enkele millimeters kan door de vingers gezien worden, maar met deze dieren moet fokken vermeden worden. Veulens mogen soepeler beoordeeld worden.
Moeten voldoende lang, stevig en recht zijn en mogen bij hengsten vrij zwaar zijn.
De overhang van hoofd naar hals moet duidelijk uitgesneden zijn.
Onderhals en zware hoofd-hals aanzet is niet gewenst.
Jonge ezels tonen soms wat onderhals en de nek is vaak nog niet voldoende bespierd en ontwikkeld.
Hoeft niet sterk ontwikkeld te zijn.
Een brede platte schoft is niet gewenst
Mag vrij steil zijn (± 80º met horizontaal) maar behoort lang en flink bespierd te zijn.
Zijn droog bespierd (d.w.z. pezen moeten aan de achterzijde van de pijp duidelijk zichtbaar zijn) en recht (zowel van terzijde als van voren gezien)
De onderarm is lang, de pijp kort en de knie moet breed en diep zijn.
Kootstand vrij steil (50º - 60º met horizontaal
Het streven is een rechte voetas. Dit wordt bereikt als koot-, kroon- en hoefbeen in elkaars verlengde liggen. Deze lijn loopt ook evenwijdig van de hoornschoen.
Ongewenst zijn: bokhoevigheid, holle stand van de knieën, Franse stand en/of X-benen.
De borstdiepte moet voldoende zijn met goede ribwelving. De borstbreedte moet tussen de voorbenen goed aantoonbaar zijn, maar ook in het vooraanzicht door de ronding in de ribben, zodat er voldoende ruimte is voor hart en longen.
Fouten in de voorhand: smalle borst- en ribbenpartij, nauw tussen de voorbenen.
Moet sterk, bijna recht en kort zijn.
Een karperrug dient als een grote fout aangemerkt te worden. Lang in de rug is ongewenst en geeft bij fokmerries een extra belasting tijdens de dracht. Fokmerries en oudere dieren vertonen makkelijker een iets ingezakte rug.
Moeten kort, breed en sterk bespierd zijn. Een ezel heeft, anders dan het paard, maar 5 lendewervels.
Moeten hellend zijn en is karakteristiek voor de diersoort. Het dient sterk ontwikkeld en bespierd te zijn. De afstand tussen heupbeenpunt en zitbeenpunt dient lang te zijn.
Met ezels die geen goede croup hebben en nauw zijn in de achterhand moet men niet fokken
De stevige en vrij hoog aangezette staart is niet te lang en matig behaard
Spronggewricht moet in alle opzichten ruim zijn (hoek van 70º t.o.v. horizontaal)
Een korte, loodrecht verticale pijp en droge, scherp zichtbare pezen genieten de voorkeur.
Het dijbeen en de schenkel moeten lang en goed bespierd zijn.
Kootstand ± 60º t.o.v. horizontaal
Hoefstand ± 70º t.o.v. horizontaal
Rechte voetas is zeer gewenst.
Van achteren gezien moet de loodlijn vanuit het zitbeen het achterbeen precies doormidden klieven, van opzij zien we graag een hoek van 70º t.o.v. horizontaal.
Van achteren gezien is koehakkigheid (hakken naar elkaar) en O-benige stand ongewenst.
Van opzij gezien is sabelbenigheid en bokhoevigheid ongewenst.
De vorm is meer cilindrisch en zijdelings wat afgeplat.
De zool tamelijk hol en het hoorn van een hardere kwaliteit dan bij het paard. De stand is vrij steil (65º t.o.v. horizontaal)
De verzenen zijn in vergelijking met de paardenhoef wat hoger en nauwer, evenals de straal, die wat hoger en smaller is.
De verzorging is zeer belangrijk!!!
De stap en draf moeten ruim zijn.
Ongewenst zijn: kruisgang en/of nauw gaan, in stap en/of draf.
Bij kreupelheid moet de keuringsring verlaten worden.
Goed verzorgd, vrij van vuil en ongerechtigheden.
Aalstreep en kruisaftekening op de rug en schouder, aftekeningen aan de oren in overeenkomst met de kleur is zeer gewenst. Ook de ?kousenband? aftekeningen aan de benen zijn typisch voor een ezel.
De vacht moet er gezond en goed verzorgd uitzien.
Bij een hengst dienen er twee in het scrotum ingedaalde testikels te zijn op de leeftijd van aankeuring voor het stamboek (minimaal 3 jaar).
P.S.
Dieren die onvoldoende verzorgd zijn of in slechte conditie verkeren mogen niet worden toegelaten.
Hengsten mogen met een gebroken bit in worden voorgebracht, mits dit aan beide zijden van de lijn is vastgemaakt.
Een ononderbroken bit is verboden.
Ook een hengstenketting is toegestaan, zowel voor hengsten boven de drie jaar als ook voor grote maat merries.
Zowel bit als hengstenketting dienen met beleid te worden gebruikt.